BACKH TO THE FUTURE

J. S. Bach - M. Reger: Toccata and Fugue in D Minor, BWV 565

                                           Aria from the Suite No. 3 in D Major 

 

Max Reger, zelf een uitstekende componist, schreef: “Sebastian Bach is voor mij het begin en het einde van alle muziek; op hem rust, en van hem komt alle echte vooruitgang! " Reger bewerkte veel van Bachs werken in meer dan één versie (solo piano, piano duet, 2 piano's). Zijn vele edities van Bachs klavierwerken zijn uit de gratie geraakt vanwege hun buitengewone en zeer persoonlijke toevoegingen aan Bachs originele teksten. 

E. Grieg: Holberg suite op. 40

De Noorse componist Edvard Grieg (1843-1907) gaat met deze suite op een fantastische manier terug in de tijd. Op meesterlijke wijze zet hij een suite in oude stijl neer, compleet met alles wat zo’n werk in de zeventiende eeuw behoorde te hebben: prelude, gavotte, sarabande, musette, en air. Zo kreeg de inhoud van één van Griegs meest populaire werken geen nationale, Noorse, maar barokke invloeden.

Grieg schreef het werk in 1884 ter nagedachtenis aan de Noorse schrijver Ludvig Holberg (1684-1754), schepper van blijspelen en vernieuwer van de Deense en Noorse literatuur. 

J.S. Bach - G. Kurtag: Sonatina 'Gottes Zeit ist die allerbeste Zeit'

                                            Trio Sonata No. 1 in E-flat Major - 1ste deel

Een van de meest gewaardeerde componisten van de afgelopen halve eeuw G. Kurtag is zelf gefascineerd door muziek van J.S. Bach. Hij maakte taalrijke bewerkingen voor 4- en 6-handige piano en voor 2 piano's.

I. Stravinsky: Pulcinella Suite (selectie)

Hoe vreemd Stravinsky's 'Pulcinella' in 1920 moet hebben geklonken - charmant, geestig, ontwapenend eenvoudig achttiende-eeuwse muziek van de man die Parijs pas zeven jaar eerder met het felle had geschokt modernisme van The Rite of Spring. Maar 'Pulcinella' was ook op zijn eigen manier radicaal: Stravinsky leek te zeggen dat de muziek van de toekomst wellicht kan leren van de lessen uit het verre verleden. 'Pulcinella' is meestal genoemd als de eerste muziek van het neoclassicisme. "'Pulcinella' was mijn ontdekking van het verleden", zei de componist ― "de openbaring waardoor al mijn late werk mogelijk werd."